07 - 04 - 2026
Duurzaam bouwen bestaat uit keuzes maken. Ieder project is anders, en vaak zijn de ambities hoger dan de wet voorschrijft. Maar hoe voorkom je dat deze duurzame bouwambities ondergesneeuwd raken in alle andere aandachtspunten binnen een project?
Onderstaand artikel is verschenen op KGTO.nl. Tekst: Paul Geraedts

De aanpak van de gemeente De Ronde Venen springt eruit. Bij de tender voor een nieuw woningbouwproject, genaamd Hart van Hofland, in Mijdrecht schreef de gemeente geen dichtgetimmerd recept voor, maar werkte men met een helder puntensysteem op basis van een convenant voor toekomstbestendig bouwen. Daarmee lag de ambitie vooraf vast, terwijl de markt ruimte hield om zelf de beste route te kiezen. BM van Houwelingen kwam als winnaar uit de bus en zette, samen met onder meer BMN Greenworks, vanaf dag één in op ketensamenwerking. Niet als ‘extraatje’, maar als randvoorwaarde om de duurzaamheidslat daadwerkelijk waar te maken.
“Als je wil verduurzamen, zeker op deze schaal en met deze ambities, heb je elkaar gewoon nodig,” zegt Arno de Haas, projectontwikkelaar bij BM van Houwelingen. “Er verandert zóveel, niet alleen in regelgeving maar ook aan de producentenkant. Dan kun je dat als ontwikkelaar niet allemaal zelf weten. Dus je moet die hulplijn uitgooien.”
Van schoollocatie naar seniorenwoonconcept
De oorsprong van het project is eigenlijk exemplarisch voor de ruimtelijke opgave in veel gemeenten: een oude school werd gesloopt, een nieuwe school kwam terug op een veel kleinere footprint, en daarmee ontstond een reststuk grond. “Grofweg de ene helft is via een tender in de markt gezet,” vertelt Bart de Boer, senior projectmanager bij de gemeente De Ronde Venen. “Voor de andere helft zijn we met een corporatie in gesprek gegaan. Uiteindelijk is daar Woonzorg Nederland uitgekomen voor het sociale programma met een zorgcomponent.” De tenderhelft richt zich op seniorenhuisvesting: een segment waar in dit deel van Mijdrecht volgens BM van Houwelingen juist weinig passend aanbod is. De Haas: “De locatie is specifiek. In dit stukje Mijdrecht is eigenlijk geen aanbod van de producten die ze hier willen programmeren. Dat is een marktkans. Daarnaast was duurzaamheid was ook een onderscheidend onderdeel.”

Het project zit nog in de planuitwerking. De komende zes maanden worden gebruikt voor verdere uitwerking, daarna volgt de vergunningaanvraag. De planning richt zich op verkoop richting eind 2026 / begin 2027 en een bouwstart halverwege 2027. Juist omdat Hart van Hofland nog vroeg in de fase zit, is het interessant voor de sector. Veel projectpublicaties verschijnen pas bij oplevering, wanneer de keuzes al gemaakt zijn en het leerpotentieel in het proces minder zichtbaar is. Hier draait het verhaal om hoe je duurzaamheid organiseert vóórdat er een schop in de grond gaat.
De lat hoger, maar wel meetbaar
Dat duurzaamheid een onderscheidend onderdeel kon worden, had alles te maken met de manier waarop de gemeente de tender opstelde. De Boer: “Wij proberen in al onze projecten zo duurzaam mogelijk te zijn.” In deze tender kwam daar een extra mechanisme bij: een basisniveau met de mogelijkheid om extra punten te verdienen als een inschrijver het aantoonbaar beter deed. Arie Huisman, duurzaamheidscoördinator bij BM van Houwelingen, noemt het “een uitdagende puzzel”, juist omdat er op meerdere thema’s tegelijk wordt gevraagd. “Het is een mix van ontzettend veel onderdelen. En vergeet de betaalbaarheid niet. Daarom is het juist zo belangrijk dat je ontzettend vroeg in het proces al die vragen stelt. Als je het qua energie goed wilt doen, moet je ontwerpen vanuit een minimale energievraag: niet eerst bouwen en daarna bijsturen.”
Ketensamenwerking vanaf de start
En precies daar komt ketenintegratie om de hoek kijken. In plaats van pas in de bestekfase leveranciers te bellen, werden kennispartners in de tenderfase aangehaakt. Gerhard Hospers Manager ESG/Greenworks van BMN Bouwmaterialen (BMN Groep) noemt dat essentieel: “Als je ons aanhaakt op het moment dat je gaat inkopen en alles al bepaald is, dan loop je eigenlijk al achter. Dit moet je aan de voorkant regelen. Niet alleen de keuze van bouwmaterialen heeft profijt van een dergelijke aanpak, maar denk bijvoorbeeld ook aan slimme logistiek om zoveel mogelijk overlast van vrachtverkeer te voorkomen.” BMN deed dat via het Greenworks-concept, waarmee de bouwmaterialenhandel nadrukkelijk meer wil zijn dan ‘dozen schuiven’. Hospers: “We proberen klanten in de voortrajecten te helpen met materiaalkeuzes rondom circulariteit, biobased, lage milieu-impact. En we onderbouwen dat met Greenworks productbladen: een soort productpaspoort light, met technische én duurzame informatie, inclusief milieu-impact en CO₂-impact.” Dat bleek precies de vertaalslag die nodig was: van abstracte tenderambities naar concrete productoplossingen.

Van baksteen naar dun metselwerk
Een voorbeeld van een simpele, doch concrete oplossing is te vinden in de gevels van het te bouwen project. “Je kunt standaard metselwerk doen met 10 centimeter gevelstenen,” zegt Hospers, “maar er zijn ook oplossingen met smallere stenen. Dan heb je minder grondstofgebruik, minder energie in productie, en je kunt meer vierkante meters per as vervoeren.” Ook werden circulaire alternatieven verkend, zoals gevelbekleding die is teruggezaagd uit oude balken. Dat is circulariteit in een bredere definitie: niet per se ‘oogsten uit het oude gebouw’, maar wel materialen inzetten die hergebruikt worden, minder primaire grondstoffen vragen of aan het einde van de levensduur opnieuw inzetbaar zijn.
Van ambitie naar maakbare keuzes
Biobased isolatie speelt vanaf het begin een serieuze rol in de uitwerking van het plan. In de tenderfase zijn verschillende alternatieven onderzocht voor conventionele isolatiematerialen, waaronder vlaswol en houtvezelisolatie, met name in spouwconstructies. Niet als vrijblijvende verkenning, maar als concrete opties die passen binnen de bredere duurzaamheidsambities van het project. De uiteindelijke materiaalkeuzes zijn nog onderdeel van de planuitwerking, maar de richting is duidelijk: biobased waar het logisch en haalbaar is. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de aanschafprijs, maar ook naar verwerking op de bouwplaats. Hospers: “Een natuurvezelisolatie werkt anders dan een mineralenwol. Daar moet je rekening mee houden in de detaillering en montage. Door dat nu al samen met producenten en uitvoerende partijen uit te denken, voorkom je dat het later alsnog afvalt.”
Tegelijk erkent hij de spanning in het debat over ‘stapeling van eisen’. “Als je stopt met stapelen en terugvalt op minimale normen, heb je daar over een paar jaar spijt van,” zegt De Boer. “De ontwikkelingen gaan razendsnel. Daarom is het goed dat we ruimte bieden aan partijen die over de lat heen willen.” Huisman is daar uitgesproken over: “Als we iets willen doen aan klimaat- en milieuuitdagingen, moet je meer doen dan wet- en regelgeving vraagt. Convenanten ontstaan niet voor niets. Het verlaagt gewoon het ambitieniveau als je het stapelen eruit haalt.”
Duurzaamheid is ook sociaal
De duurzaamheid van het project Hart van Holland wordt echter niet uitsluitend op een technische manier benaderd. Het programma richt zich op bewoners die in de wijk willen blijven wonen, maar een passende gelijkvloerse woning missen. BM van Houwelingen zet daarbij in op sociale duurzaamheid: ontmoeting, ondersteuning en het tegengaan van eenzaamheid. De Haas: “We creëren een gemeenschappelijke ruimte en een gemeenschappelijk dakterras. Dat past bij de 55-plus doelgroep. We willen stimuleren dat er een community ontstaat.” Daarnaast wordt een community manager-achtige rol voorzien die de VvE in de eerste periode begeleidt. “Niet bij sleuteloverdracht loslaten,” aldus De Haas, “maar mensen helpen met het gebruik en de organisatie.” Ook de woningplattegronden zijn vanuit comfort én energie benaderd: tweezijdige oriëntatie, zon aan de ene zijde, contact met straat en groen aan de andere. Huisman: “Zicht op groen verlaagt stress en maakt mensen blij. En zon benutten beïnvloedt ook je energievraag. Het is een totaalplaatje.”
Verwerkbaarheid als speerpunt
Die aanpak, inclusief speciale aandacht voor de verwerkbaarheid op de bouwplaats, maakt biobased isolatie concreet en betaalbaar, zonder dat het project vastloopt in abstracte ambities. Juist doordat de keuzes nog niet zijn dichtgetimmerd, maar wel zorgvuldig zijn voorbereid, ontstaat ruimte om duurzaamheid daadwerkelijk te integreren in het uiteindelijke ontwerp. De oplossing zit ook hier weer in nauwe ketensamenwerking: producenten, aannemers en handel die samen zoeken naar slimme montage. Hospers noemt een voorbeeld met het aanbrengen van vlaswolisolatie in de spouw. Bij het boren van inslagspouwankers loopt de boor vast doordat de vezels zich om de boor wikkelen. “De producent heeft dit serieus opgepakt en gekeken of er een andere bevestigingsmethode mogelijk was. Bij de huidige werkwijze worden de isolatieplaten horizontaal en in halfsteensverband verwerkt, en vervolgens op de naden verankert door middel van een Isolatieplug met hogedruk. Dan wordt iets wat eerst ingewikkeld en onhaalbaar leek ineens veel bereikbaarder.”
Niet toxisch. De onzichtbare uitdaging
In de tender kwam ook niet-toxiciteit van materialen nadrukkelijk naar voren: een thema dat in de praktijk vaak lastig hard te maken is. De Haas: “Dat was best uitdagend. We vroegen ons bijvoorbeeld af: weten we eigenlijk wel of er toxische stoffen in een kanaalplaatvloer zitten? Dan is het mooi dat je via de keten snel kunt navragen. Een paar dagen later lag er een mail van de fabrikant. Door samen te werken wordt de weg korter.”
Gemeente: kader geven, markt invullen
De gemeente ziet zichzelf in dit model vooral als richtinggever. De Boer: “Wij leggen een kader: we wilden graag duurzame oplossingen, maar we willen de markt ook vrijheid bieden om dat in te vullen. Wij zijn van mening dat marktpartijen op die vraagstukken een beter antwoord kunnen geven dan wij als overheid.”
Samenwerken om vooruit te komen
Wat Hart van Hofland laat zien, is dat duurzaam bouwen geen kwestie is van individuele keuzes, maar van collectieve organisatie. Door ketensamenwerking vanaf dag één als uitgangspunt te nemen, worden abstracte ambities vertaald naar maakbare oplossingen – nog voordat de lijnen op papier definitief zijn. Of zoals Arno de Haas het verwoordt: “Als je dit soort ambities concreet wilt maken, kun je het simpelweg niet alleen. Dan moet je kennis organiseren.” Precies daarin schuilt de kracht van deze aanpak: niet wachten tot regelgeving dwingt, maar samen vooruitlopen. Het resultaat is geen vastomlijnd eindbeeld, maar een proces dat laat zien hoe de sector duurzaamheid structureel kan versnellen.
© 1964 - BM van Houwelingen
Alle rechten voorbehouden / Privacyverklaring